Steunouder Arnhem maakt het verschil

Midden in de pandemie ging er in Arnhem een bijzonder initiatief van start: Steunouder. Vanuit de gedachte ‘it takes a village to raise a child’ koppelt de stichting mensen die een of twee dagdelen per week een kind willen opvangen, ofwel steunouders, aan ouders die wel wat extra hulp kunnen gebruiken, zogeheten vraagouders. Coördinator Maartje van Ravenswaaij en steunouder Thelma de Lang gaan in gesprek over wat het betekent om steunouder te zijn.

Thelma: “Ik heb 25 jaar als logopedist bij Klimmendaal gewerkt, ondere andere met kinderen. Na mijn afstuderen, zes jaar geleden aan Artez, ging ik in een museum werken, iets heel anders. Maar toen kwam corona en zat ik ineens thuis. Dit kan toch niet, dacht ik. Ik wil het verschil maken! Ik voelde me niet compleet. Gelukkig kwam Steunouder op mijn pad en wist ik meteen: dit is het! Voor mij is het iets heel natuurlijks om dit te doen. Ik hou gewoon van kinderen. Het liefst met een randje. Vroeger hadden mijn ouders een crisisopvang. Wij hadden altijd kinderen in huis.”

Maartje: “Ik kreeg op dat moment net een aanvraag binnen en die sloot eigenlijk direct heel goed bij jou aan. Als coördinator doe ik alle gesprekken, met vraag- en steunouders. Ik kijk vooral naar wat er bij elkaar past. Het is soms een enorme puzzel, qua problematiek, dagen of zelfs allergieën voor huisdieren.”

Thelma: “Had ik ineens een date! Eerst alleen met de ouders. We hadden meteen een klik. Nou, dan moeten de kinderen ook leuk zijn, dacht ik, dat kan niet anders.”

Maartje: “De ontmoeting ging heel relaxed. Ik ben ook altijd bij zo’n kennismakingsgesprek.”

Thelma: “De eerste keer dat de kinderen kwamen was het wel even pittig, hoor! We moesten echt wennen aan elkaar! Het was handig dat ik veel ervaring heb. Ik weet precies welke sleutel waar op past.”

Maartje: “Ja, het was een goeie match. Nou speelt er natuurlijk niet in ieder gezin problematiek bij de kinderen. In dit geval was het wel fijn, maar je hoeft helemaal geen ervaring te hebben om steunouder te worden. Alleenstaande vrouwen, opa’s en oma’s, iedereen die zijn hart en huis open wil stellen voor kinderen is welkom. Maar het vergt wel wat van je. Je krijgt dan ook een training van tevoren en ik begeleid het hele proces.”

Thelma: “Dat is heel fijn. Je wordt gedragen door de stichting, dat voel je. Het gegeven dat er iemand achter je staat is wel lekker.”

Maartje: “Jij was meteen heel zelfstandig.”

Thelma: “Structuur en veiligheid, dat werkt. Het gaat heel goed. Urenlang spelen met Playmobil, vragen of ik ook wat wil drinken. Zo mooi. Ik krijg er soms tranen van in mijn ogen. Het contact met de ouders is ook heel goed. Ik bemoei me nergens mee en heb geen oordeel. We overleggen wel en soms is er ruimte om te laten zien hoe je iets op een andere manier zou kunnen doen. Het verschil maken zonder het verschil te benadrukken, dat is het.”

Maartje: “Een sparringpartner zijn voor de ander, als je dat kunt bereiken, dan is dat mooi. Of je ervaring als ouder delen: hoe deed jij dat vroeger?”

Thelma: “Die pet gebruik ik ook vaak. Dan ben je gewoon samen moeder.”

Maartje: “Het is wel uitzonderlijk wat je doet voor het gezin en de kinderen, hoor.”

Thelma: “Zo groots is het niet. Ze hobbelen gewoon mee met ons. Het is ook een meerwaarde voor onze eigen kinderen. We laten gewoon zien hoe het óók kan zijn. Het gaat om kleine dingen, juist die zijn zo belangrijk: elkaar begroeten, tafel dekken, samen eten, een uurtje spelen bij het buurjongetje.”

Maartje: “Die gewone dingen zijn niet bij iedereen zo vanzelfsprekend.”

Thelma: “Precies. Mensen vragen mij weleens: wat zijn dat dan voor mensen? Nou, mensen zoals jij en ik. Alleen is er iets aan de hand waardoor ze geen ruimte hebben om over die dingen na te denken.”

Maartje: “Klopt. En dat kan iedereen overkomen. Of het nou lichamelijke of psychische problemen zijn, langdurig of tijdelijk, dat maakt niet uit. De mensen die bij ons komen hebben heel diverse achtergronden. Wat wel overeenkomt is dat ze vaak overbelast zijn en geen netwerk hebben.”

Thelma: “Vroeger ging dat meer vanzelf. Dan kende je iedereen in de straat en zorgde je voor elkaar. Dat is niet meer zo. Niet iedereen kent zijn buren en kinderen spelen ook niet meer zo veel op straat.”

Maartje: “Met Steunouder kun je toch iets voor elkaar betekenen. Betrokken zijn bij elkaar, je netwerk vergroten. Ik geloof echt dat je het verschil kunt maken.”

Thelma: “Het doet ook iets met je eigen hart. Ik ben echt van die kinderen gaan houden. Het zijn een soort neefjes geworden. Nee, veel meer dan dat eigenlijk. Het voelt wel eigen. (Schaterend) Ik hoop wel dat als ze later groot zijn, ze nog een keertje bij me langskomen met de brommer!”

Steunouder Arnhem vaart onder de vlag van Steunouder Nederland. De landelijke organisatie zoekt bij het opzetten van de afdelingen medewerking van bestaande lokale partijen. In Arnhem is dat MEE Gelderse Poort. Meer informatie: arnhem@steunouder.nl

https://steunouder.nl/arnhem

3 reacties op “Steunouder Arnhem maakt het verschil”

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top